‘Ik wil kinderen iets meegeven’

Vroeger wilde hij politieman worden, nu wil hij voor altijd in de kinderopvang blijven werken. Vicenzo (23) voelt zich als een vis in het water bij Kindergarden. ‘Ik wil kinderen het plezier van bewegen laten ervaren. Die kans heb ik vroeger op de BSO ook gehad.’

‘Ik wil kinderen iets meegeven’

Zelf was Vicenzio als kleine jongen niet weg te slaan van de BSO. Hij herinnert zich vooral de grote gymzaal die er was. Hij speelde er totdat de BSO dichtging. ‘Mijn ouders waren dan al lang thuis, maar mijn broer en ik wilden niet weg. Zo dol waren we op de spelletjes en het sporten met de andere kinderen,’ blikt Vicenzio terug. ‘Als kind wilde ik politieman, brandweerman of piloot worden, iets stoers. Eenmaal op de middelbare school wist ik al snel wat het echt moest worden: werken met kinderen en sporten. De keuze voor de kinderopvang was snel gemaakt, juist omdat niet bij iedere BSO aandacht is voor sport. Mijn missie is om daar verandering in te brengen.’

Je werkt nu drie jaar bij Kindergarden. Denk je dat de kinderen het net zo leuk vinden als jij vroeger?

‘Ik denk het wel. Er is een fijne sfeer hier op de groep. De kinderen zijn lief en blij. Ik hoef eigenlijk nooit streng te zijn. Omdat we bij Kindergarden met een duidelijke structuur werken, weten de kinderen waar ze aan toe zijn. Ook leggen we altijd uit wat we doen en waarom. Dat vinden ze fijn. Zelfs als ik geen aanwijzingen geef, doen de kinderen precies wat er van ze wordt verwacht.’

Hoe belangrijk is die sfeer voor jou?

‘Heel belangrijk. Ik heb stagegelopen op een heel grote BSO, met wel honderd kinderen. Er waren verschillende groepen met verschillende activiteiten. Je kon bijvoorbeeld naar de legogroep of de bouwgroep. De kinderen wisselden heel vaak, pas aan het eind van de dag kwam je eigen groep samen. Ik kon daardoor geen band met de kinderen opbouwen. Niks aan.’

Heb je nu meer contact?

‘Ja, het is hier rustig en huiselijk. De kinderen doen de schoenen uit bij de voordeur, er liggen matten op de grond, ze kunnen chillen op Fatboys. Dat maakt het knus. Ik zeg weleens: ik ga vanuit huis naar mijn werk, maar daar kom ik ook weer thuis.’

Hoe reageren mensen als je zegt dat je in de kinderopvang werkt?

‘Mensen verwachten niet dat je als man in de kinderopvang werkt, maar ze zijn altijd enthousiast. Mijn vrienden zijn ook positief. Mijn vrienden zijn mijn neven, we zijn allemaal Surinaams. Zij zijn al trots als je naar school gaat en je best doet. Dat ik mijn draai heb gevonden, vinden ze fijn voor mij.’

Je hebt alleen maar vrouwelijke collega’s. Hoe is dat?

‘Nu gaat het goed. Ik moest wel even wennen aan hun stijltje. Ik werk ook op het kinderdagverblijf en daar werken soms wel acht vrouwen samen. In de ochtend eten ze gezellig een ontbijtje met een eitje. Dan vragen ze of ik ook een lekker eitje wil, maar dat durf ik dan niet aan te nemen. Ik ben best verlegen in het begin. Inmiddels lukt het losser te zijn, meer met de gezelligheid mee te doen.’

Er zijn ouders die liever geen mannen op de groep hebben. Heb jij wel eens een negatieve reactie gehad?

‘Bij ons niet. Ik moest een keer invallen bij een andere BSO van Kindergarden. Toen de ouders over mij hoorden waren ze in eerste instantie niet zo blij. Ze hadden een voorkeur voor een vrouw. Maar toen ze me eenmaal zagen, vonden ze het helemaal prima. ‘O, ben jíj het,’ zeiden ze enthousiast. Ik heb een positieve uitstraling, ik ben van de gezellig. Dat breng je ook over op je omgeving.’

Mensen verwachten niet dat je als man in de kinderopvang werkt, maar ze zijn altijd enthousiast
Vicenzio

Wat is voor jou het leukste moment op de dag?

‘Als de kinderen binnenkomen. Kinderen zijn ook zo complimenteus, dat verveelt nooit. Het mooist vind ik het als ze naar de knutselhoek verdwijnen en ze voor je staan met een tekening speciaal voor jou. Dat is toch lief? Het maakt me dankbaar voor dit werk.’

Ze ontroeren jou hè, die kinderen?

‘Ja. Ze zien mij als een vriend, dat vind ik bijzonder. Als de kinderen jarig zijn, mogen ze altijd twee vrienden uitkiezen die ze helpen met uitdelen enzo. Vaak kiezen ze een kind en mij. Dat is toch te schattig. Een groter compliment kunnen ze niet geven.’

Wat is je geheim?

‘Jij wordt nooit boos hè, zeggen ze vaak. Dat is zo. Ik word niet boos. Dat is ook helemaal niet nodig als je duidelijk bent en ze betrekt in de keuzes die je maakt. Zo doen we het, en daarom is dat. Dat vinden ze genoeg.’

Ik heb een missie. Ik wil kinderen het plezier van bewegen en sporten meegeven. Laten zien hoe leuk een BSO dan kan zijn
Vicenzio

Wat voor kinderen trekken naar jou toe?

‘Vooral de jongens. Ik heb geregeld dat ik af en toe in de voetbalkooi hier in de straat mag voetballen met ze. Dat mocht daarvoor niet. Met dat soort acties scoor je punten natuurlijk.’

Zo’n close band is voor sommige ouders verontrustend. Hou je daar rekening mee?

‘Er zijn mannen in de kinderopvang geweest die fout waren. Maar ik laat hen mijn werk niet verpesten. Ik ben een ander persoon. Ik hoop dat alle ouders en medewerkers in de opvang ons mannen de kans geven die we nodig hebben. Ook voor de kinderen.’

Ben je van plan nog lang dit werk te doen?

‘Nog zeker dertig jaar. Ik wil op een gegeven moment misschien wel sportleraar worden, voor erbij. Maar dan wel op de school van deze kinderen. Hier op Steigereiland hangt een bijzondere sfeer, daar wil ik blijven.’