‘De kinderen toveren een glimlach op mijn gezicht’

De eerste dag op de peutergroep vond Kenji Wunderlich (28), pedagogisch medewerker bij Rotterdam Waterloostraat, maar wat spannend. Hoe zouden de kinderen reageren nu er voor het eerst een man op de groep stond? ‘Ik merkte dat ze het metéén leuk vonden. Ze wilden klimmen en stoeien, alsof ze dachten: nu mag het vast lekker wild!’

‘De kinderen toveren een glimlach op mijn gezicht’

Dat de Rotterdamse Kenji in de kinderopvang zou gaan werken, had hij als klein jochie niet zo snel gedacht. Zijn zus wist al van jongs af aan dat ze basisschooljuf zou worden, wat ze ook werd, maar Kenji, nee, die had geen idee. Hij vond namelijk álles wel leuk. Het werk van zijn moeder in een kledingwinkel, de baan van zijn pa in de zonnewering – hij kon zich bij alles wel voorstellen dat hij later hetzelfde zou doen. Nu, na een jaar of tien in de horeca, weet hij héél zeker wat hij wil, namelijk met kinderen werken. ‘Kinderen zijn eerlijk en energiek. Daar hou ik wel van.’

Hoe reageerden je vrienden toen je vertelde dat je de opleiding ‘Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker’ ging volgen?

‘Je zou misschien denken dat ze er lacherig over zouden doen, maar dat was helemaal niet zo. Ze vonden het harstikke leuk en reageerden normaal. Natuurlijk worden er wel grappen gemaakt dat ik nu de hele dag door luiers verschoon. Dan zeg ik tegen mijn maten: ik hád toch een poepluier vandaag! Dan liggen ze in een scheur. Als ik mensen tegenkom die ik al een jaar of tien niet heb gezien merk ik wel dat ze verrast zijn. Dit werk hadden ze dan toch niet helemaal bij mij als man verwacht.’

Waarom besloot je een paar jaar geleden te switchen van de horeca naar de kinderopvang?

‘Ik zat in de bediening bij een fijn grandcafé in Capelle aan den IJssel. Ik hield van dat werk en deed het acht jaar achter elkaar. Het leukst vond ik dat je de gasten een plezierige middag of avond kon geven. Toch begon ik op een gegeven moment behoefte te krijgen aan iets anders. Mijn nichtje werkte op dat moment bij Kindergarden. Ze vertelde er enthousiast over. Het deed me denken aan de tijd dat ik voetbaltrainer was bij de E’tjes, dat zijn kinderen van een jaar of negen. Dat was altijd tof. Ik had er lol om met ze te werken en om ze dingen te leren. Zo ontstond het idee een beetje denk ik.’

Kinderen van negen zijn wel iets anders dan peuters. Hoe bevalt het je nu op de peutergroep?

‘Het is fantastisch. Van de week kwam er een nieuwe tweeling op de groep. Ik zag ze voor het eerst. In het begin vonden ze het heel spannend en waren ze stilletjes. Heel rustig aan probeer je ze dan op hun gemak te stellen, samen te spelen. Toen ze aan het einde van de dag door hun ouders werden opgehaald kwamen ze een knuffel geven. Dan ben ik blij dat ik zo snel iets bereikt heb, dat ik ze blijkbaar vertrouwen heb gegeven en ze zich veilig voelen. Dan doe ik toch iets goed, denk ik.’

Over knuffelen gesproken. Voel jij je als man kwetsbaar op de groep? Bang voor vooroordelen?

‘Ik weet dat sommige mensen het spannend vinden, mannen in de kinderopvang. Ik vind het jammer dat mensen zo denken, maar ik kan niet oordelen over hun gevoel. Ik kan het niet veranderen. Het enige wat ik kan doen is hard werken, mijn best doen en er voor de kinderen zijn.’

Wat is jouw rol op de groep, zo tussen de vrouwelijke collega’s?

‘Ik denk dat ik rust breng. Ik ben nuchter. Als het een drukke dag is en er moet veel gebeuren, merk ik dat ik kalmer blijf dan mijn collega’s. Het komt goed zeg ik dan. Rust is belangrijk voor ons als pedagogisch medewerkers en zeker ook voor de kinderen.’

Ze zeggen weleens dat vrouwen héél anders zijn dan mannen. Vind jij dat ook?

‘Nou, ze zijn in ieder geval anders dan ik ben, ha ha. Zij kunnen zo gedetailleerd vertellen over bijvoorbeeld hun weekend. Dat ze dit hebben gedaan, en dat, en toen nog zus en zo. Wij mannen zeggen gewoon: ik was daar en het was leuk. Maar ik leer het al hoor! Het lukt me aardig om mee te kletsen over van alles en nog wat.’

Sommige ouders vinden het spannend, een man op de groep. Ik kan daar niets aan veranderen. Ik kan alleen maar mijn best doen, hard werken en er voor de kinderen zijn.
Kenji

Kun je je eerste dag tussen de peuters nog herinneren? Hoe heb je het aangepakt?

‘Zeker. Ik werd eerst twee weken ingewerkt bij de Kindergarden-vestiging aan de Straatweg in Rotterdam. Ik begon met observeren. Ik merkte meteen dat de kinderen het leuk vonden dat er een man op de groep stond. Ze reageren toch anders op een man, denk ik. Wilder. Ze wilden stoeien, op me klimmen, rennen. Omdat ze alleen vrouwen om zich heen hadden, denk ik dat ze fijn vonden om even met andere energie te spelen.’

Bij Kindergarden hebben de dagen een vast ritme. Wat is jouw favoriete moment?

‘We hebben inderdaad vaste tijden voor fruit eten, lunch, slapen, buitenspelen. Dat gaat altijd fijn. Ik geniet het meeste van de momenten dat ze lekker zelf aan het spelen zijn en in hun spel opgaan. Dan probeer ik ze niet te storen. Ik kijk altijd goed wat ze nodig hebben, dat vind ik belangrijk. Als het dan lukt om ze zo ontspannen de wereld zie ontdekken, geeft me dat voldoening.’

Ben je blij met de switch naar de kinderopvang?

‘Zeker! Weet je wat grappig is? Toen ik in de horeca werkte, kon ik kinderen best storend vinden. Dan renden ze door het restaurant en dan dacht ik: doe eens rustig! Nu zie ik hoe kinderen écht zijn. Hoe eerlijk en leuk. Hoe dankbaar voor wat je geeft. Dat geeft een goed gevoel.’

Wat zou je willen zeggen tegen mannen die twijfelen of ze pedagogisch medewerker willen worden?

‘Ga het gewoon dóen, ervaar het. Het is een prachtig beroep. De dankbaarheid van de kinderen als ze een fijne dag hebben gehad is fantastisch. En ik zeg altijd maar zo: je werkt alleen maar met leuke vrouwen. Wat wil je nou nog meer?’