‘Als man tussen veertig vrouwen zorg ik voor de rust’

Met alle vrouwelijke collega’s is het soms net een kippenhok, lacht Maarten Edelijn (35). Hij geeft als vestigingsmanager bij Kindergarden Arnhem de Enk leiding aan uitsluitend vrouwen. Hoe is het om als man zo te werken, waarom koos hij voor de kinderopvang, hoe reageren ouders op hem? ‘Ik vind dit echt een prachtig beroep.’

‘Als man tussen veertig vrouwen zorg ik voor de rust’

Maarten is zijn hele werkende leven actief in de kinderopvang. Als je hem dat had verteld toen hij als 17-jarige begon met de hbo-studie Sportmanagement, had-ie je waarschijnlijk hartelijk uitgelachen. ‘Ik ben een echte sportman, heb jarenlang op hoog niveau aan wedstrijdzwemmen gedaan. Dat mijn studie iets met sport te maken moest hebben, was wel duidelijk. Ik zag een carrière bij de Sportbond voor me of als beleidsmedewerker bij de gemeente,’ blikt Maarten terug. ‘Aan kinderopvang had ik nooit gedacht. Totdat ik stageliep bij een bso. Daar werd ik enthousiast over de kinderopvang. De belevingswereld van kinderen, hoe ik ze onder meer door sport een leuke dag kan geven, is geweldig.’

Die stage in de buitenschoolse opvang is nu ruim vijftien jaar geleden. Weet je nog hoe kinderen reageerden op jou, als man?

‘Nou, ik was nog een broekie hoor. Niet echt een man. Maar wat me is bijgebleven van die eerste dag is hoe enthousiast kinderen reageerden. Kinderen hebben geen vooroordeel. Ze zien jou als persoon, hoe leuk je bent. De rest laten ze los. En zo heb ik het daarna ook altijd ervaren.’

Je werkte daar al tussen de vrouwen. Merkte je dat je dingen anders aanpakte dan je collega’s?

‘Zeker. Ik was altijd buiten met de kinderen. Het was een sport-bso met voetbalvelden voor de deur. We voetbalden, tennisten, deden spelletjes. Erg leuk.’

Je lijkt me ook niet echt een knutseltype.

‘Ik vind knutselen inderdaad lastig. Ik weet nooit zo goed wat ik moet doen. Dat heb ik als vader van twee dochters ook. Als ze iets willen met muziek, kleien en knutselen gaan ze naar hun moeder. Ik vind het leuk om buiten actief bezig te zijn, in de speeltuin, het bos, een schoolplein. Ik ben degene die zoekt naar wat de kinderen willen, nu, in het moment.’

Kun je een voorbeeld geven?

‘Je kan een prachtige voetbalactiviteit bedenken, maar als de kinderen willen tennissen dan gaan we dát doen. De bso moet een plek zijn waar ze kunnen ontspannen. Ze hebben een dag op school gehad. Het belangrijkste is dat ze gezien en gehoord worden. Daar heb ik extra aandacht voor.’

Inmiddels werk je, na jaren ervaring op te hebben gedaan als pedagogisch medewerker, als vestigingsmanager en sta je niet op de groep. Waar word je nu blij van in je werk?

‘Als vestigingsmanager streef ik ernaar ieder kind zich welkom te laten voelen. Dat bereik je door goed te kijken naar wat een kind individueel nodig heeft en het een veilig gevoel te geven. Daarin ondersteun ik de pedagogisch medewerkers. We werken er als team hard aan. Je weet dat het gelukt is als een kind vindt dat papa of mama ze véél te vroeg komt ophalen omdat ze nog niet klaar zijn met spelen. Een groot compliment.’

Mannen in de kinderopvang zijn niet vanzelfsprekend. Als vestigingsmanager ben jij voor ouders de eerste die ze ontmoeten. Hoe reageren ze op jou?

‘Meestal goed, soms niet. Een paar maanden geleden gaf ik een rondleiding aan ouders die kritisch waren. Deze mensen spraken uit dat ze alleen maar vrouwen bij hun kind wilden. Dat vind ik lastig. Alsof ik me moet verantwoorden en ze moet overtuigen dat ik dit werk net zo goed kan als een vrouw. Heel vervelend. Het maakt niks uit of je man of vrouw bent, het gaat erom of je goed bent in je werk.’

Begrijp je dit soort reacties?

‘Ik begrijp waar het vandaan komt, natuurlijk door de ernstige gebeurtenissen in het verleden. Ik heb daar begrip voor, maar leuk is het niet. Bij rondleidingen ben ik daarom zo eerlijk en open mogelijk. Ik zeg altijd: vraag álles, want het is jullie meest waardevolle bezit dat je achterlaat. Bij Kindergarden willen we gezamenlijk opvoeden, samen de ontwikkeling volgen. Dat kan alleen als er vertrouwen is. Gelukkig merk ik trouwens dat het voor mij, sinds ik vader ben, nog beter uit te leggen is wat belangrijk is voor de kinderen.’

‘Kinderen hebben geen vooroordeel. Ze zien jou als persoon, hoe leuk je bent. De rest laten ze los’
Maarten

Het lijkt me superlastig om, met dit soort signalen in je achterhoofd, een knuffel te geven aan een kind.

‘Dat is het ook! Ik sluit vaak aan bij een activiteit of eetmoment en voor de kinderen ben ik gewoon Maarten. Als er een kind naar me toekomt om een knuffel te geven, reageer ik niet natuurlijk. Ik vind het jammer dat dat nodig is. Het is de behoefte van een kind om knuffel te halen, de aandacht te krijgen of getroost te worden. Je wilt niet voorbijgaan aan spontane emoties. Als man doe je dat wel omdat je eerst denkt: stel dat een ouder me ziet, wat zouden hij of zij hiervan denken?’

Het is dapper dat je tóch dit werkt doet. Hoe belangrijk zijn mannen voor de opvang?

‘Op drukke dagen werken hier soms wel veertig vrouwen. Soms echt een kippenhok! Dat mag ook, er is altijd gezelligheid en een fijne sfeer. Als man breng ik dan rust en nuchterheid. In de kinderopvang heb je te maken met personeelskrapte, het is druk, je moet aan alles tegelijk denken. Als er dan een collega ziek is én het kindje dat afgemeld was komt uiteindelijk toch, dan kan er stress zijn. Ik blijf kalm en breng stap voor stap de rust terug. Ik kan vrouwen die misschien wat paniekerig reageren dan terughalen in het moment. En hierdoor genieten we met z’n allen weer van de kinderen!’

Lukt dat?

‘Ik zeg altijd maar zo: het komt altijd goed. En als het niet goedkomt, vinden we daar ook wel weer een oplossing voor.’

Never a dull moment in de kinderopvang.

‘Zeker 80 procent van mijn werk is ad hoc en kun je niet plannen. De ene dag ben ik bezig met de nieuwsbrief, dan weer met de begroting van volgend jaar of voer ik een functioneringsgesprek met een medewerker. Geen dag is hetzelfde. Ik voel me ook thuis bij Kindergarden, waar ik nog lang niet klaar ben. Ik ben nog niet van plan afscheid te nemen hoor.’

Wat zou je willen zeggen tegen mannen die nog twijfelen over werken in deze branche?

‘Gewoon doen! Juist als man in welke rol of functie ook, kun je net wat anders bieden. Ontspanning, nuchterheid of een nieuw doel. Maak je niet druk om wat je vrienden ervan zeggen, maar denk aan de kinderen. De belevingswereld van de kinderen is echt geweldig om mee te maken, zonder vooroordeel en vooral veel liefde. Het is belangrijk om verschillende mensen om zich heen te hebben. Jong, oud, licht, donker, man of vrouw. Ze leren van iedereen weer iets anders.’